Notarieel recht
| Graad: | Master of Laws in Notarieel recht |
|---|---|
| Onderwijsvorm: | Voltijd, deeltijd |
| Duur: | 1 jaar |
| Start: | September, februari |
| Taal: | Nederlands |
| Vestigingsplaats: | Leiden |
| Croho/isatcode: | 66828 |
De studie notarieel recht aan de Leidse universiteit is met nadruk geen beroepsopleiding, maar een wetenschappelijke opleiding waar men – evenals bij de andere juridische opleidingen – een kritische denkhouding aanleert. Wel is het natuurlijk zo dat de vakken die men krijgt, aansluiten bij de rechtsgebieden waarop de notaris in de praktijk werkzaam is:
- de vastgoedpraktijk
- de ondernemingsrechtpraktijk
- de familierechtpraktijk.
Arbeidsmarkt
Het grootste deel van de afgestudeerden Notarieel recht gaat de notariële praktijk in. Binnen de notariële praktijk is echter sprake van grote variëteit: van een multidisciplinair – soms ook internationaal – kantoor aan de Amsterdamse Zuidas tot een dorpskantoor in Friesland. Een kandidaat-notaris doet op een kantoor zes jaar praktijkervaring op, waarvan drie jaar een Beroepsopleiding Notariaat. Na deze periode is de kandidaat-notaris formeel benoembaar tot notaris; hij hoeft hierbij niet te wachten tot er een plek vrijk komt. Maar er zijn nog legio andere mogelijkheden voor notariële studenten. Indien studenten ook hebben voldaan aan het zogenoemde civiel effect (hiertoe moeten zij het extra vak straf- en strafprocesrecht hebben gevolgd), kunnen zij ook gaan werken in de zogenoemde toga-beroepen: bijvoorbeeld in de advocatuur, de rechterlijke macht en het openbaar ministerie. Met deze aanvulling ben je bijvoorbeeld heel goed gekwalificeerd voor de familierecht-, vastgoed- of ondernemingsadvocatuur. Naast het notariaat en de togaberoepen hebben ook de overheid, het bedrijfsleven, de vastgoedsector en het bank- en verzekeringswezen veel belangstelling voor deze juristen. In de masterfase heeft de student immers ook belangrijke fiscale kennis opgedaan. Hierbij kan je denken aan een baan als bedrijfsjurist in het bank- en verzekeringswezen (bijv. estate planning) en bij gemeenten (die vaak grootgrondbezitter zijn).
