Comparative Literature and Literary Theory

Specialisatie van: Media Studies
Graad: Master of Arts in Media Studies
Onderwijsvorm: Voltijd
Duur: 1 jaar
Start: September, februari
Taal: Engels
Vestigingsplaats: Leiden
Croho/isatcode: 60830
Share |

in de specialisatie Comparative Literature and Literary Theory leg je je toe op het bestuderen van literatuur vanuit een vergelijkend en theoretisch perspectief. Het programma is niet beperkt tot literatuur uit een taalgebied of cultuur, maar biedt de mogelijkheid om vele verschillende talen en culturen over de hele wereld te onderzoeken. Door gebruik te maken van de expertise en mogelijkheden die aanwezig zijn binnen de Faculteit Geesteswetenschappen stimuleert de specialisatie een interculturele aanpak.

The programme comprises four main fields of study which appear in an integrated form in the different courses. These are listed below and explained in greater detail later on the programme page:

  • Literary Theory
  • Comparative Literature
  • Interculturality (cross-cultural approach)
  • Intermediality (cross-mediatic approach)

An established collaboration agreement exists between the Leiden programme and the MA Programme in Literary Studies taught at the University of Amsterdam (UvA). As a result, you are free to exchange at least one course in the Leiden programme for a course offered in Amsterdam. This arrangement offers you the opportunity to follow a wide variety of literary traditions from around the world.

Prof. Ernst van Alphen

Ernst van Alphen

“Literaire teksten zijn voor mij niet zo interessant als een uiting op of reactie van een cultuur of periode, maar als een productiefactor die cultuur en subjectiviteit vormt.”

“In Leiden hebben we expliciet gekozen voor de meest recente periode, de 19e en 20e eeuw, die we in detail bestuderen. Een volgende keuze is dat we literatuur bestuderen in relatie tot kunst en film, gebruikmakend van concepten als interculturaliteit en intermedialiteit.

Een kenmerk van de Leidse master is bovendien dat we elk semester twee of drie congressen of seminars organiseren. De meest recente waren bijvoorbeeld een internationaal driedaags congres over de Retoriek van Ontvankelijkheid en een minicongres over de betekenis van muziek en literatuur. Door dit soort activiteiten komen studenten in contact met recente academische visies.

Ik ben bijzonder gefascineerd door de vervaardiging van literaire betekenis, en de rol die dit speelt in de formatie van subjectiviteit en het cultureel geheugen. Literaire teksten zijn voor mij niet zo interessant als een uiting op of reactie van een cultuur of periode, maar als een productiefactor die cultuur en subjectiviteit vormt. Natuurlijk maak ik gebruik van wetenschappelijke inspiratiebronnen in deze benadering van de literatuur, maar nog belangrijker is de rol van literatuur of beeldhouwkunst als bron van inspiratie.

Ik geloof niet zonder meer dat een literaire tekst een ‘object’ is die onderworpen moet worden aan wetenschappelijke methoden; het is meer een soort discussiepartner. Ik scherp mijn visies aan door vergelijkingen te maken met literatuur of beeldhouwkunst.”