Nederlandse taalkunde
| Specialisatie van: | Neerlandistiek / Dutch Studies |
|---|---|
| Graad: | Master of Arts in Neerlandistiek |
| Onderwijsvorm: | Voltijd |
| Duur: | 1 jaar |
| Start: | September, februari |
| Taal: | Nederlands |
| Vestigingsplaats: | Leiden |
| Croho/isatcode: | 60849 |
De specialisatie Nederlandse taalkunde biedt je de gelegenheid je inzicht te verdiepen in de Nederlandse taal en het veelzijdige onderzoek naar de structuur en het gebruik ervan. Je hebt ruime mogelijkheden om onderwerpen te kiezen en te combineren. Er is veel aandacht voor de samenhang tussen verschillende perspectieven en voor interdisciplinariteit.
Programma
Je kunt je in de specialisatie Nederlandse taalkunde verdiepen in de andere taalgeschiedenis of in de sturende kracht van taal. Je kunt daarnaast in overleg ook je eigen invulling geven aan de specialisatie.
- De andere taalgeschiedenis
Ons beeld van de Nederlandse taalgeschiedenis is op veel punten beperkt, omdat het bijna uitsluitend bepaald is door gedrukte, veelal literaire teksten, afkomstig van goed geschoolden uit de hogere maatschappelijke lagen. Alledaagse taal uit het verleden kennen we nauwelijks. Bovendien is slechts geschreven taal overgeleverd; de gesproken taal lijkt voor altijd verloren. Toch kunnen we met een nieuwe benadering die andere taalgeschiedenis achterhalen. Egodocumenten (dagboeken en privé-correspondentie) zijn daarbij cruciaal en onthullend onderzoeksmateriaal. ‘De andere taalgeschiedenis’ sluit nauw aan bij het Leidse onderzoeksprogramma Brieven als buit (www.brievenalsbuit.nl). Je verdiept je in je opleiding in een sociohistorische benadering van een unieke, recent herontdekte bron egodocumenten: de sailing letters, een enorme collectie brieven door Engelse kapers buitgemaakt en afkomstig van personen uit verschillende lagen van de samenleving, mannen, vrouwen en zelfs kinderen.
- De sturende kracht van taal
Een spreker gebruikt taal niet alleen om de werkelijkheid te beschrijven, maar eerst en vooral als communicatiemiddel in de interactie met een hoorder/lezer: met elke uiting probeert een spreker de gedachten, of het gedrag, van zijn gesprekspartner te beïnvloeden. Zo kwam het voor dat in één krantenbericht het aantal van 988.000 kijkers bij de verkiezing van Rutte als lijsttrekker van de VVD (2006) werd omschreven als ‘bijna een miljoen’ en als ‘nog geen miljoen’. Het effect van deze twee uitdrukkingen is heel verschillend: terwijl ‘bijna een miljoen’ het idee oproept van veel kijkers, lijkt ‘nog geen miljoen’ eerder te wijzen op teleurstellende kijkcijfers. In de taalbeheersing, vooral in de argumentatieleer, heeft deze retorische dimensie van taalgebruik altijd al centraal gestaan, maar ook in de moderne taalkunde is er steeds meer aandacht voor. In je opleiding combineer je recente inzichten uit de taalbeheersing en de moderne taalkunde, met name argumentatieleer en cognitieve taalkunde/ constructiegrammatica. Je krijgt niet alleen meer inzicht in de werking van taal en grammaticale constructies, maar vergroot ook je eigen stilistische en retorische vaardigheden – een goed uitgangspunt voor een toekomst als journalist, tekstschrijver of redacteur.
Programmastructuur
Je kiest twee specialisatiewerkgroepen binnen de opleiding. De eerste specialisatiewerkgroep valt in het eerste semester, de tweede in het tweede semester. Daarnaast kies je een onderdeel dat aansluit bij de specialisatie, binnen of buiten de opleiding, in Leiden of elders; je kunt dit ook invullen met een wetenschappelijke stage of een studieopdracht die aansluit bij je specialisatie. Tot slot heb je nog een vrijekeuzeruimte. Tijdens de colleges vergroot je je mondelinge en schriftelijke vaardigheden door het houden van referaten en het schrijven van werkstukken. Zo bereid je je ook voor op de masterscriptie waarmee je de studie afsluit.
