Meer ruimte voor onderzoekstages zou welkom zijn

“Het bedrijfsleven weet de universiteit best te vinden, maar dan vooral vanuit recruitersoogpunt op het moment dat de mensen afstuderen. Ze komen ook wel eerder, via gastcolleges, maar ik zou graag zien dat ze ook interesse hebben in samenwerking in onderzoek”, zegt dr. Michel Chaudron van de Universiteit Leiden.

Chaudron is program director van de masterleergang ICT in Business en hij zorgt ervoor dat studenten een goed onderzoek in het bedrijfsleven kunnen doen. “Een kwestie van balanceren”, meent Chaudron, “want er moeten drie partijen tevreden worden van zo’n onderzoek. Uiteraard de student zelf, het bedrijf waar hij of zij terechtkomt en niet te vergeten de universiteit zelf.”

Binnen de perken

Een dergelijk onderzoeksproject bij een bedrijf heeft een waarde van 34 European Credits (EC’s), een puntenstelsel dat door de Europese Commissie is bedacht om studiebelasting tussen universiteiten in verschillende landen met elkaar te kunnen vergelijken. Chaudron: “In de praktijk komt 1 EC neer op een week studiewerk. De studenten hebben dus 34 weken om hun project af te ronden. Het mag in de praktijk wel iets langer, maar het moet wel binnen de perken blijven. De projecten worden daar ook vooraf op beoordeeld en als we zien aankomen dat een onderzoek ettelijke jaren zou kunnen duren, dan raden we dat af.”

De begeleiders van de universiteit stellen samen met de student een planning op, om een goede basis te leggen. “De student zal moeten aangeven hoe hij een bepaald onderzoek zou willen aanpakken, welke resources daarvoor nodig zijn en van welke mensen eventueel hulp te verwachten is. En ja, de ene student is wat dat betreft een stuk autonomer dan een ander. Toch is ook in zo’n geval een goede begeleiding onontbeerlijk. We willen voorkomen dat een student verdwaalt”, zegt Chaudron.

Studenten die een eigen voorkeur voor een onderwerp of bedrijf hebben, kunnen dat wel laten doorklinken in het onderzoek dat ze gaan doen. De ervaring leert dat een student zich dan het lekkerst voelt. Wel is het soms nodig om een student iets bij te sturen, als hij of zij een keuze wil maken die niet echt optimaal is. Chaudron: “We zoeken een match tussen een student en een onderzoeksonderwerp. Als we moeilijkheden zien aankomen, dan hebben we een gesprek met de student waarin de voor- en nadelen van zijn keuze duidelijk op een rijtje worden gezet. Daarna wordt het maken van een betere keuze doorgaans eenvoudiger.”

En sommige projecten lenen zich beter voor bepaalde studenten. “We hebben bijvoorbeeld iemand gehad die onderzoek heeft gedaan naar het gebruik van reclame in games. Hij had interesse in zowel techniek als marketing en dat ging prima. Via de technische invalshoek was hij in staat om de code van het game zelf aan te passen en de marketinginteresse maakte het mogelijk om de proefgebruikers van het game op een goede wijze te vragen naar hun ervaringen”, zegt Chaudron.

De Nederlandse universiteiten zijn overgestapt op het bachelor/master-systeem om de uitwisseling met buitenlandse universiteiten beter mogelijk te maken. Chaudron: “En dat lukt prima. We hebben vrij veel buitenlandse studenten ‘in huis’. De masteropleiding ICT in Business bestaat uit 25 studenten en daar zitten al tien nationaliteiten bij. Vandaar ook dat de voertaal tijdens de colleges Engels is.” Opvallend is dat in het buitenland veel meer meisjes een ICT-studie volgen. Vooral in Azië is een ICT-studie een ware magneet voor vrouwelijke studenten. Chaudron: “Maar over de hele linie hebben we meer mannelijke dan vrouwelijke studenten.”

Verschenen in: Automatisering Gids nr. 40, 2011